Wat de EU-textielverordening zegt over online verkopen
De regels staan in Verordening (EU) nr. 1007/2011 over textielvezelbenamingen en de etikettering van de vezelsamenstelling. Ze gelden voor textielproducten en voor producten die voor minstens 80 procent van hun gewicht uit textielvezels bestaan. Kleding, sjaals, beddengoed en tassen van stof vallen er dus vrijwel altijd onder.
Artikel 16 is voor webshops het belangrijkste. Daarin staat dat de vezelsamenstelling voor de consument duidelijk zichtbaar moet zijn vóór de aankoop, ook als de aankoop langs elektronische weg plaatsvindt. Een samenstelling die alleen op het label in het kledingstuk staat, is voor een webshop dus niet genoeg: ze hoort op de productpagina, de PDP.
De verordening legt de plicht niet alleen bij de fabrikant. Een winkelier die textiel verkoopt, moet ervoor zorgen dat het product de juiste etikettering heeft, en wie een product onder eigen naam verkoopt of het label aanpast, geldt zelf als fabrikant. In Nederland houdt de NVWA toezicht op textieletiketten.
Dit is een samenvatting, geen juridisch advies. Controleer altijd de actuele eisen: de EU werkt aan een herziening van de textieletikettering.
Wat er precies op de productpagina moet staan
Bij een product uit meerdere vezels noem je de naam en het gewichtspercentage van alle vezels, van groot naar klein. Dus 95% katoen, 5% elastaan, en niet andersom. De tekst moet goed leesbaar zijn, in een uniforme letter qua grootte en stijl, en in de taal van het land waar je verkoopt; voor Nederland is dat Nederlands.
Heeft een kledingstuk onderdelen met een andere samenstelling, zoals een jas met een voering, dan vermeld je de samenstelling per onderdeel. Dat hoeft niet voor kleine onderdelen die samen minder dan 30 procent van het gewicht zijn, maar wel altijd voor de hoofdvoering. Bevat een product delen van dierlijke oorsprong die geen textiel zijn, zoals leer of bont, dan moet de zin 'Bevat niet uit textiel bestaande delen van dierlijke oorsprong' erbij.
Een merknaam mag direct voor of na de samenstelling staan, maar andere informatie hoort er los van. Zet de samenstelling dus in een eigen regel of eigen veld, niet verstopt in een wervende productomschrijving.
| Product | Zo schrijf je het |
|---|---|
| T-shirt uit één vezel | 100% katoen |
| Jeans met stretch | 98% katoen, 2% elastaan |
| Gevoerde jas | Buitenstof: 80% wol, 20% polyamide. Voering: 100% viscose |
| Trui met leren elleboogstukken | 70% wol, 30% acryl. Bevat niet uit textiel bestaande delen van dierlijke oorsprong |
| Gerecyclede mix, kleine restvezels | 60% katoen, 35% polyester, 5% andere vezels |
De officiële vezelnamen: katoen, polyester, elastaan
Je mag alleen de vezelnamen gebruiken uit bijlage I van de verordening. Die lijst heeft per taal een vaste benaming, en de Nederlandse namen zijn bijvoorbeeld katoen, wol, zijde, vlas (of linnen), viscose, modal, lyocell, polyester, polyamide of nylon, acryl en elastaan. Een vezel die niet op de lijst staat, mag als 'andere vezels' worden aangeduid met het percentage erbij.
Merknamen van vezels zijn geen vezelnaam. Lycra is een merk; de vezel heet elastaan. Spandex is een Engelse benaming die in de Nederlandse lijst niet voorkomt. Ook bamboe is geen vezelnaam: bamboevezel die als viscose is gemaakt, heet op het label gewoon viscose.
| Wat je vaak ziet | Officiële vezelnaam |
|---|---|
| cotton, coton, Baumwolle | katoen |
| Lycra, spandex, stretch | elastaan |
| nylon | polyamide of nylon |
| bamboe, rayon | meestal viscose; modal of lyocell als het zo gemaakt is |
| Tencel | lyocell (Tencel is een merknaam) |
| linen, lin | vlas of linnen |
| cashmere | kasjmier |
| lamswol, merino | wol (met eventueel een extra omschrijving) |
Twijfel je over een vezelnaam? Kijk in bijlage I van Verordening 1007/2011 op EUR-Lex. Die lijst is leidend, niet wat de leverancier op de factuur zet.
Wanneer mag je 100%, zuiver of puur schrijven?
De woorden 100%, zuiver en puur mag je alleen gebruiken als een product uit één vezelsoort bestaat. Er mag maximaal 2 procent vreemde vezel in zitten, of 5 procent bij gekaarde producten, en alleen als die technisch onvermijdelijk is. Een shirt met 3 procent elastaan is dus nooit 100% katoen.
Voor 'andere vezels' geldt een grens: één vezel tot 5 procent, of meerdere vezels samen tot 15 procent, mag je zo aanduiden als ze bij de productie moeilijk precies te bepalen zijn. Daarnaast is er een fabricagetolerantie van 3 procent tussen het label en wat een laboratorium meet. Decoratieve vezels tot 7 procent en antistatische vezels tot 2 procent hoeven niet in de samenstelling.
Voor wol bestaat een extra benaming: scheerwol. Die mag alleen voor wol die niet eerder in een eindproduct heeft gezeten. In een mengsel mag het alleen als die wol minstens 25 procent van het gewicht is, en dan met de volledige samenstelling erbij.

De meest gemaakte fouten in webshops
De meeste fouten ontstaan niet uit onwil maar uit overtypen. Iemand neemt de samenstelling over van een leverancierslijst in het Engels, laat de voering weg omdat het veld maar één regel heeft, of plakt de samenstelling midden in een productomschrijving. Hieronder de fouten die je het vaakst tegenkomt.
- Geen samenstelling op de productpagina, alleen op het label in het kledingstuk
- Engelse of Duitse vezelnamen in een Nederlandse webshop, zoals cotton of Baumwolle
- Merknamen in plaats van vezelnamen, zoals Lycra of Tencel zonder de officiële naam
- 100% katoen bij een product met elastaan
- Percentages die niet optellen tot 100, of niet in aflopende volgorde staan
- Alleen de buitenstof genoemd bij een gevoerde jas
- Leer of bont aan een trui zonder de zin over delen van dierlijke oorsprong
- Bamboe of zijdezacht als vezelnaam, terwijl het viscose of polyester is
Wat niet onder de regels valt, en wanneer het simpeler kan
Niet alles met stof is een textielproduct in de zin van de verordening. Bijlage V noemt producten waarvoor de vezelsamenstelling niet verplicht is, zoals horlogebandjes van textiel, ritssluitingen, speelgoed, lederwaren, reisproducten van textiel en de textiele delen van schoenen. Leer zelf is geen textielvezel; voor schoenen bestaat een eigen etiketteringsregeling.
Wassymbolen zijn in Nederland niet verplicht, maar klanten verwachten ze wel. Hoe je die leest en op de productpagina zet, staat in ons artikel over wassymbolen. Herkomst, zoals made in, is onder deze verordening ook geen verplicht onderdeel.
Verkoop je weinig artikelen en levert je leverancier de samenstelling netjes in het Nederlands aan, dan heb je geen tool nodig: een vast veld in je webshop en een controle bij het invoeren is genoeg. Automatiseren loont pas als je honderden artikelen per seizoen hebt, met data uit verschillende bronnen en talen.
Hoe Photopilot de samenstelling uitleest en in je webshop zet
Photopilot kijkt eerst of de samenstelling al digitaal binnenkomt: via Fashion Cloud, uit je kassa- of ERP-systeem zoals ACA of Business Central, of uit een productfeed. Die gegevens worden gelijkgetrokken naar één vaste materiaallijst, zodat cotton, coton en katoen allemaal hetzelfde materiaal worden en je webshop overal dezelfde naam toont.
Ontbreekt de samenstelling, dan fotografeer je het materiaallabel met de Artikelinfo-scanner in de iPhone-app, direct na het scannen van de barcode. AI leest het label en koppelt elke vezel aan de materiaallijst, met het percentage erbij. Staan er meerdere onderdelen op, zoals buitenstof, voering en vulling, dan blijven die apart. Een vezel die niet in de lijst staat, wordt getoond zodat je hem kunt controleren, en een nieuwe scan vervangt de vorige uitkomst.
De samenstelling gaat daarna naar je webshop. In Shopify zet Photopilot het materiaal als product-metafield, met een leesbare samenstelling zoals 54% wol, 44% polyester, en het themablok van de Photopilot-app toont het op de productpagina. In Shopware wordt het een eigenschap, desgewenst als filter, en bij andere systemen gaat het mee in de export als kenmerk. Dezelfde gegevens voeden ook de productteksten.
Bewerkingen als achtergrond, uitsnede en publiceren zitten in het plan, dat begint bij €500 per maand. Materiaalanalyse met AI wordt, net als andere generatieve AI, per gebruik afgerekend. Je blijft zelf verantwoordelijk voor wat er online staat, dus elke uitkomst is te controleren en aan te passen voordat ze live gaat.
- 1. Samenstelling uit leveranciersdata, kassa of feed overnemen waar die er is
- 2. Ontbreekt die, dan het materiaallabel fotograferen in de iPhone-app
- 3. AI leest vezels, percentages en onderdelen en koppelt ze aan één materiaallijst
- 4. Controleren en publiceren als metafield, eigenschap of exportveld


